SABAM Nekka VRT

Wannes Van de Velde

Wannes Van de Velde
Wannes (Wim) Van de Velde
° 29.04.1937, Antwerpen
10.11.2008, Antwerpen

Muzikant, zanger, kunstenaar, componist, wereldburger. Wannes Van de Velde was een volbloed Antwerpenaar die, trouw aan de taal en muzikale tradities van zijn heimat, een leven lang streefde naar authenticiteit en betekenis in leven en werk. Het leverde hem universele erkenning en respect op, en met 'Ik wil deze nacht in de straten verdwalen' schreef hij ook nog een absolute evergreen in Vlaanderen.

Discografie en luisterfragmenten op Muziekarchief.be Discografie en luisterfragmenten op Muziekarchief.be
Geluidsfragmenten
1. Wannes Van de Velde live (Troubadoursavond, 18 februari 1972) 39' 10''
2. Wannes Van de Velde over traditie en folklore (Radiowinkel, 1974) 3' 02''
3. Paul Jacobs in gesprek met Wannes (Vriend en vijand, 1997) 18' 52''
 »» Meer audio op de Beeld & Geluidsarchiefpagina
Beeldfragmenten
1. "Jef heeft me 'n sjiek gerefuseerd" (fragment) (1964) 1' 38''
2. Wannes over volkskunst en met het lied 'Adam en Eva' (1967) 6' 37''
3. Wannes wordt geïnterviewd door Louis Neefs (1967) 2' 17''
 »» Meer video op de Beeld & Geluidsarchiefpagina
De eerste en meest authentieke stadsdichter die de Scheldestad ooit heeft gekend

Wannes Van de Velde kreeg tijdens zijn leven, en ook daarna, veel complimenten en eerbetuigingen. Hij kan immers gerust beschouwd worden als de eerste en meest authentieke 'stadsdichter' die de Scheldestad ooit heeft gekend. Eén van de eerbetuigingen die hem - vermoedelijk - het meeste plezier zal hebben gedaan, staat in het ter ziele gegane dagblad 'Vooruit' van 6 juni 1968. "Wannes behoort tot de familie van Charles De Costers 'Tijl Uilenspiegel' en de as van Claes klopt op zijn borst. Nog steeds wat bleek van woede wordend, zingt hij over de inquisitie. Hij is de laatste geus, een zoon der graven Egmont en Hoorn". Auteur van deze hommage was Louis-Paul Boon.

Willy Cecile Johannes Van de Velde (vrij snel 'Wim' Van de Velde, later 'Wannes'), werd op 29 april 1937 in Antwerpen geboren. Hij groeide op nabij het Schipperskwartier, in de levendige buurt rond de Veemarkt waar gelegenheidszangers zoals z'n vader Jaak volksliederen en smartlappen zongen, vaak geschreven door volkszangers zoals Karel Waeri en Louis Davids. Daar kreeg zijn latere artistieke roeping de eerste voedingsbodem.

Maar ook schilderen en beeldende kunsten spraken hem aan, zodanig dat hij op 16-jarige leeftijd een opleiding 'plastische kunsten' van zes jaar begon aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van de Scheldestad. Tegelijkertijd studeerde hij klassieke gitaar. De Andalousische muzikant, Sabas Gomez y Marin, die in de eerste helft van de jaren '50 een tijdlang in Antwerpen verbleef, stimuleerde zijn liefde voor flamenco.

Na de door hem gehate legerdienst, maakte Wim omstreeks 1960 zijn podiumdebuut: als saxofonist tijdens nachtenlange jamsessies in de cafés rond de Antwerpse Stadswaag. Aanvankelijk speelde hij vooral Dixieland jazz, daarna ook Bebop.
Als gitarist maakte hij in die periode ook een ommetje bij het Vlaams-Spaans zang-en-dansensemble 'Niño de Flandes' en begeleidde hij Hugo Raspoet op z'n tweede EP.

Wannes Van de Velde

Naarmate zijn bekendheid meer en meer toenam veranderde Wim zijn artiestennaam naar Wannes. In die jaren was er ook een schlagerzanger uit Wommelgem actief die Wim Van de Velde heette, en om elke naamsverwarring te mijden koos de Antwerpenaar vanaf dan voor Wannes, zoals zijn grootvader Johannes Van de Velde ook werd genoemd.

In de vroege jaren zestig inspireert de Franse chansonnier George Brassens Wannes tot het zelf schrijven van teksten en liedjes, maar de jonge Antwerpenaar nam geen genoegen met een eenvoudige Nederlandstalige kopie van het origineel. Hij bewonderde de authenticiteit van Brassens, en vond in het Antwerpse dialect als zangtaal een vorm waarin hij zich op een even oprechte en geloofwaardige manier kon uitdrukken, zoals de cafézangers uit zijn jeugd hem dat voordeden. Muzikaal raakte Wannes geïnspireerd door traditionele volksmuziek uit de zuidelijke Nederlanden.

In zijn liefde voor lokale volksliederen en traditionele muziek stond Wannes overigens niet alleen. Ook elders grepen in de jaren zestig muziekgroepen en zangers terug naar de eigen roots. In de omgeving van Mechelen werden De Kadullen voortrekkers van de heropleving van de volksmuziek, in Gent zong Walter De Buck liederen van de populaire 19de-eeuwse volkszanger Karel Waeri en in de Westhoek deed Willem Vermandere de liederen van Djoos Utendaele weer tot leven komen.

Wannes vond o.m. inspiratie in de lijvige bundeling 'Chants populaires des Flamands de France' van Edmond de Coussemaker uit 1856. Met volksliedjes en met eigen nummers, geënt op de traditie, bouwde hij aan een repertoire en een groep: aanvankelijk was er alleen violist Flor Hermans. Iets later werd het duo vervoegd door fluitist Walter Heynen en accordeonist Bernard Van Lent.

In zijn liedjesteksten schreef Wannes over dingen die hij rondom zich heen zag gebeuren. Sociale wantoestanden, de oprukkende consumptiemaatschappij in de jaren '60, de stedelijke moderniseringsdrang en de daarbij gepaarde sloop van een aantal authentieke volkse buurten.
In zijn allereerste zelfgeschreven lied, 'Lied van de neus' hekelt Wannes de massale aanbouw van moderne flatgebouwen op de Antwerpse Linkeroever.

"Nen groten architect, in 't Frans genaamd Le Corbusier, die kwam hier eens voorbij en zei heel opgewekt: welnee, een kans gelijk deze, zo vind ik er vast geen drei. Ik bouw aan de overkant de mooiste stad van het land. Toen hebben ze gelachen, want ze vonden hem plezant.
Bouw het maar toe, zet het maar vol, het Sint-Anne, ik geloof niet dat het slechter kan
".

In 1966 werd het kwartet, kort na hun debuut in een café aan de Antwerpse Ossenmarkt, gezien door de in het Brusselse wonende Nederlandse muziekuitgever Hans Kusters. Die trok met een proefband naar grammofoonplatenmaatschappij Philips en prompt werd een eerste, titelloze LP opgenomen. Kusters: "Op 18 maart 1966 hadden we ons eerste gesprek. Ik was enthousiast, Wannes leek met mij in zee te willen gaan en ik kon ook mijn toenmalige baas bij de muziekuitgeverij warm maken voor de zanger".
De plaat kenden zoveel succes dat Wannes besloot van de muziek zijn beroep te maken (tot dan was hij etalagist 'in hoofdberoep'). Tijdens het Kleinkunsteiland van 1966 verscheen hij in Leuven voor het grote publiek.

Philips liet de Antwerpenaar al snel drie nieuwe lp's opnemen; Album nr. 2 (1967), Laat de mensen dansen (1969) en tussendoor nog Wat zang, wat klank, een album vol traditionele Kerstliederen.
Wannes werd, ondanks de initiële tegenkanting die hij kreeg omdat hij geen Algemeen Beschaafd Nederlands zong, toch snel een zeer gerespecteerd zanger en muzikant. In 1970 werd hij zelfs als culturele vertegenwoordiger van België afgevaardigd om tijdens Wereldtentoonstelling in Osaka Vlaamse volksmuziek op doedelzak te spelen, begeleid door Flor Hermans.

Vanaf de jaren '70 verbreedde Wannes zijn muzikale horizon en ging heel wat muzikale samenwerkingen aan. Zo componeerde hij in '73 muziek voor de Waalse film 'Home Sweet Home', waaruit zijn bekendste lied 'ik wil deze nacht in de straten verdwalen' ontsproot. Enkele jaren later verzeilde hij in het theater bij het linkse gezelschap De Internationale Nieuwe Scène, bekend om hun memorabele productie Mistero Buffo. Dario Fo leverde de teksten voor dat werkstuk, Wannes bewerkte Italiaanse volksliederen. In die periode leerde hij ook z'n vrouw, de Duitse actrice Christa Bernhardt, kennen. Ook later bleef het theater hem achtervolgen: het volksspel 'Nooit brengt een oorlog vrede' (november '78 in Kemmel), de 'Islandsuite' van Dree Peremans (1984), 'Het zwarte goud' (1987). In 1983 richtte hij zelfs het poesjenellentheater 'Water en wijn' op, waarvoor hij zelf tekst, muziek en decors voorzag.

In de loop der jaren bleef Wannes ook met regelmaat platen onder eigen naam uitbrengen, waaronder zijn memorabele samenwerking met Roland Van Campenhout in 2000.

Datzelfde jaar gebeurde het onvoorspelbare. Bij de zanger werd 'lymfatische leukemie' vastgesteld. Hij vocht fel terug en in februari 2005 meende hij te kunnen melden 'dat de kanker onder controle was'. Zoetjesaan begon hij met een nieuwe groep zelfs opnieuw muziek te spelen, waarop de theatertournee en cd In De Maat Van De Seizoenen (2006) volgde.

Het herstel bleek echter niet definitief. De kanker bleek niet onder controle en velde de reus uiteindelijk op 10 november 2008 in het Antwerpse Stuivenbergziekenhuis.

Zijn dood beroerde tal van mensen in Antwerpen en daarbuiten. Twee weken na zijn dood kwamen zo'n 2.000 mensen afscheid nemen van de zanger in de Borgerhoutse zaal 'De Roma', en de postuum samengestelde compilatie 'Het Beste' werd een groot succes. Een jaar na zijn dood bundelden verschillende platenfirma's de krachten om een ambitieus carrièreoverzicht samen te stellen met 3 cd's en een dvd.

Pol Van Mossevelde
& Muziekcentrum Vlaanderen

Annex

Wannes Van de Velde op Muziekarchief.be (jaren '60 - alles)

Enkele foto's uit het VRT-archief

Voormalig BRT-producer Dree Peremans werkt momenteel aan een liedjesboek en een uitgebreide biografie van Wannes Van de Velde.

Herman Selleslags werkt aan een fotoboek over het leven en werk van de Antwerpenaar.

Op 29 april 2009 werd een gedichtenmuur onthuld boven het volkscafé 't Half Souke in de Hoogstraat te Antwerpen. Op de muur staat de tekst van het lied 'De zwerver'.

De turf 'Chants populaires des Flamands de France' van Edmond de Coussemaker werd oorspronkelijk uitgegeven in 1856 te 'Gand', maar werd in 1976 heruitgebracht in anastatische druk door Werkgroep Malegijs uit Kemmel.

Wannes Van de Velde is ook de echte naam van rapper Castro, die in 2003 de solo-plaat 'Schokgolf' uitbracht.